08 februari 2026

Where the streets have no name

Hij knielt. Ik sta. In pyjama, zo’n sponsen geval en net als mijn riante onderbroek, op de groei gekocht. Zonder wol. Een allergie leidde tot jeuk en obsceen gekrab. 

Oog in oog met mijn vader. De zijne zijn licht – een streepje weemoed erin. Dat zal ik pas later merken. Nu kijkt hij fel, grote handen omhelzen mij. ‘Morgen gaat het echt beginnen.’

‘De vos is in het bos.’
‘Bruno est content, il ouvre la fenêtre de sa chambre.’
Die septemberdagen zijn vervuld van vreugde, want ik leer lezen. Eerst letters, daarna woorden. Dingen die mijn wereld openbreken. Die troost zullen worden. Een huis om in te schuilen. In afwachting ben ik volkomen gelukkig.

Op school huil ik maar één keer, als we De Tien Geboden van buiten moeten leren.

Nochtans godsvruchtig, ’s nachts, in bed, met gevouwen handjes.
Hoeveel Lego geeft U in ruil voor twee weken niet snoepen? Tis ook voor Freya. We zouden graag de brandweerkazerne bouwen.
Zorgt U dat mijn vader stopt met roepen als mijn moeder met de auto rijdt? Ik zal bidden.

‘Niet melken, Annie, niet melken,’ briest mijn vader. Met koeien heeft haar afgekeurde stuurtalent niks vandoen. Beider zweet gutst algauw tot op de achterbank. Mijn zus en ik zoeken de minst luide plek. Een kinderballet in sponsen tenue, synchroon met vaderlijk getier.

Een kwarteeuw later heeft Freya een rijbewijs nodig, voor een sollicitatie. Ze oefent, ik zit achterin, haar vriend – een en al geduld – op de passagierszetel. ‘Straks stop je voor het rode licht, en dan…’
‘Renaat, godverdomme, ik kan niet stoppen. Zwijg.’ We rijden rondjes. Zweet parelt in haar hals. Ik moet zo hard lachen dat we vergeten voor ons leven te vrezen.

Ze haalt het rijbewijs en neemt – net als mijn moeder – nooit meer plaats achter het stuur.

Ik wel. Mijn vader prijst zichzelf aan als instructeur. Nog voor hij de les officieel opent, duw ik het gaspedaal in. We belanden voor de garagepoort van de buurman. Millimeterwerk. Een puike prestatie. De eerste en laatste keer.

Freya en ik worden trein-, tram- en taxispecialisten. Wij – verschillend als twee druppels water – geraken overal, zij op sneakers, ik op hakken.

Dan komt Het Lot op bezoek. Lego’s op een hoop, tranen in toonaarden, gevouwen handen. Met Haar valt niet te onderhandelen. Mijn zus moet mee.

Het licht gaat uit, en dan weer aan. Want Freya heeft – zo ontdek ik – verborgen boodschappen achtergelaten, postume broodkruimels voor onderweg.

Vandaag kniel ik voor mijn vader. De 87 jarige is de trotse eigenaar van een nieuwe heup, het litteken vraagt om bewondering. Hij zwaait vervaarlijk met zijn stok. De eerste autorit met hem – kersvers binnenwerk inbegrepen – is een ware triomftocht. Hij trilt van ouderdom of opwinding, wie zal het zeggen. De chirurg levert goede carrosserie, zoveel is zeker. We vieren de overwinning met taart en porto. Mijn moeder haalt er foto’s bij. ‘Kijk, hoe schoon ze was, ons Freya.’

Thuis, in Gent – waar de fiets koningin is – zijn de waterlanders terug. ‘Want alles wordt nu door de tijd gemeten.’ Hoe moet dat straks, als die tochten geen triomf meer zijn? 

Ik kruip in bed. Ze komt naast mij liggen. Ik draai een kwartslag. Oog in oog – de hare zijn groen, soms bruin. Of omgekeerd.
‘Weet ge nog, wat we vroeger deden, van neuze neuze.’
‘Ja,’ fluistert ze, ‘dat weet ik nog.’
Stilte.
‘Maar een rijschool, zus, daar ben ik tegen. Ge weet waarom.’

I.M. Freya – 1.000 dagen zonder en voor altijd met jou

* Dankjewel, Renaat. Voor toen en voor nu.
** ‘Where the streets have no name’ is de openingstrack van ‘The Joshua Tree’ van U2. Het album verscheen in 1987.
*** ‘Alles wordt nu door de tijd gemeten’ komt uit ‘De Zotte Morgen’ van Zjef Vanuytsel (1945-2015). Het verscheen in 1970, op het gelijknamige album.
**** Amor Fati, letterlijk ‘liefde voor het lot’, en dus ‘liefde voor het leven zelf’, is de kern van het Systemisch Werk.

Nog meer wijsheid

Langs het tuinpad van mijn vader
30 augustus 2024

Langs het tuinpad van mijn vader