Foto Voor W, Uit Liefde

Voor W, uit liefde

Juli. Hoogzomer en het gevoel van een eindeloze vakantie. Mijn vader riep ‘Allez, demarreren!’ tegen de tv. Mijn zus en ik moesten buiten spelen, Want Mijn Vader Keek Naar De Tour.

Daar zat hij dan, zijn zetel dicht tegen het scherm, de krant met daarin de lijst deelnemende wielrenners op zijn schoot. Met een rode balpen doorkruiste hij namen. ‘Opgegeven,’ zuchtte hij met een mengeling van compassie en misprijzen. De leraar in hem, die ging niet met vakantie.

In augustus gingen we op reis. Naar Frankrijk bijvoorbeeld. De bergen in. Met de Toyota Carina zonder airco en mét zetels in skai. Bij de minste temperatuurstijging kreeg ik het gevoel dat mijn billen en de zetel versmolten. Mijn vader stuurde zelfbewust door de haarspeldbochten. Mijn moeder moest ‘de kaart lezen’. Ze had daar blijkbaar geen talent voor, zo bleek uit zijn commentaar, maar ze werd niet van haar taak ontheven.

Op de achterbank speelden mijn zus en ik oorlogje, of kotste ik in een lege Vitabisdoos. De combinatie van haarspeldbochten en de geur van warme skai was onverbiddelijk voor een kind met wagenziekte. Ik heb nog een oud dagboek met daarin in hanenpoten: ’10 uur, nog niet overgegeven’. Een succes dat het noteren waard was. Ik heb er een moeilijke relatie met auto’s aan overgehouden.

Gelukkig stapten we af en toe uit, om pistolets met kaas te eten, ’s morgens nog knapperig vers, wegens zorgvuldig ingepakt door mijn moeder, maar na een halve dag in de auto, nog steeds zonder airco, slap en zompig. Een fruitsapje met rietje erbij, dat mocht toen nog. Er waren ook de meer officiële aanleidingen om uit te stappen. Om te groeten bijvoorbeeld, op de plaats waar Tom Simpson het leven liet. Of om een foto te nemen. Liefst met het naambordje van de berg erbij.

Het is schoon en lastig tegelijk, naar foto’s van toen kijken, een half mensenleven verder, het verglijden van de tijd vervat in een beduimeld beeld. Een topper uit de reeks: een vierkante foto, mijn vader klemt mijn zus in de ene arm, en mij in de andere. Achter ons, het bordje ‘Mont Ventoux’. Het is duidelijk koud op de berg. Zij en ik, piepjong en okselfris. En dan, de blik in zijn ogen, de trots, de blijdschap. Een man in de kracht van zijn leven. 

In oktober wordt hij 81. Hij stuurt al enkele jaren niet meer door de haarspeldbochten. Hij durft niet meer. Tegen de tv roepen wel. 

Zaterdag gaan ze van start. Meer dan 170 jongens met een droom. Ik hoop dat hij kijkt. Dat hij nieuwsgierig blijft naar wie Parijs haalt. Dat de leraar in hem nooit met pensioen zal gaan. Dat hij de tijd op één of andere manier weet te verschalken.

Warme groet van Joke, aan de vooravond van de Tour 2019